Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming worden cookies als persoonsgegevens beschouwd. Op deze website wordt van cookies gebruik gemaakt. Verdere informatie hierover kunt u vinden in ons privacystatement. U wordt hierbij verzocht om kenbaar te maken dat u met het gebruik van cookies instemt.
AKKOORD  Lees meer
compleet & ongebonden sinds 1995
WEEK 25 21-6 t/m 27-6
WEB | mobiel
Film van de week
MENU
Home > Filmnieuws > Recensie Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot
Don't Worry, He Won't Get Far on Foot Recensie
***00
Waardering 3/5

Recensie Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot

Onderhoudende galgenhumor blijft binnen de lijntjes

11-6-2018 Na twee matig ontvangen films is Gus van Sant terug met een onderhoudende, maar ook tikje brave biopic over de Amerikaanse cartoonist John Callahan.

Joaquin Phoenix en Jonah Hill in 'Don't Worry, He Won't Get Far on Foot' (c) 2018.

Joaquin Phoenix en Jonah Hill in 'Don't Worry, He Won't Get Far on Foot' (c) 2018.

Drie cowboys te paard staan bij een lege rolstoel. Zegt de ene cowboy tegen de anderen, wijzend op de rolstoel: “Don’t worry, he won’t get far on foot.” Het is de strekking van een tekening van de in 2010 overleden cartoonist John Callahan die de uitspraak van de cowboy ook gebruikte als titel van zijn in 1989 verschenen autobiografie. Al in de jaren negentig benaderde Robin Williams Gus Van Sant met het idee die autobiografie te verfilmen. Het kwam er niet van. Nu is de film er alsnog. Zonder Williams, maar wel met Van Sant aan het roer en in de hoofdrol Joaquin Phoenix.

Het leven van Callahan is geen typisch biopic-materiaal. Hij was een talent, maar geen genie. Het noodlot overviel hem niet, maar liep al jaren aan zijn zijde mee. Vanaf zijn dertiende raakte Callahan aan de drank en op zijn 21e, tijdens een in alcohol gedrenkte avond met een maat die hij tot die dag niet kende, kwam zijn leven tot stilstand tegen een lantaarnpaal. Hij raakte verlamd en zat de rest van zijn leven in een rolstoel. De wijze waarop Van Sant die avond toont, is fascinerend. De dronkenschap wordt vol op de lach gespeeld (de drinking buddy van Callahan wordt gespeeld door Jack Black) om de sequentie vervolgens niet met een klap, maar juist in een bedachtzame stilte te eindigen.

Van Sants film richt zich voornamelijk op de jaren vanaf het ongeluk, waarvan Callahan de eerste paar hevig drinkend en in zelfwalging doorbrengt, tot het moment dat hij bij een AA-groep (gespeeld door een wonderlijke verzameling van onder meer muziekicoon Kim Gordon en acteericoon Udo Kier) en met het twaalfstappenprogramma de weg naar nuchterheid inslaat. Maar zo chronologisch als ik het hier opschrijf, is de film niet. De structuur van Don’t Worry echoot de chaos die Callahans leven zo lang in de greep hield. De twaalf stappen van de AA vormen weliswaar de voornaamste rode draad, maar er wordt door Van Sant gretig heen en weer gesprongen door de tijd.

Het casten van de 43-jarige Joaquin Phoenix als Callahan, die het grootste deel van de film in zijn twintiger jaren is, lijkt nogal misplaatst. Maar Phoenix neemt dat bezwaar weg met zijn spel, waarin hij de zwaarte onder het vernis van zelfspot voelbaar maakt. Daar tegenover speelt Rooney Mara een totaal verwaarloosbare rol als de masseuse en later vriendin van Callahan. Iets wat des te meer opvalt binnen het keur aan goed geschreven rollen, die fantastisch worden ingevuld. Vooral Jonah Hill maakt indruk als Donnie, de leider van de AA-groep. Donnie is openlijk homoseksueel, geboren in rijkdom en ziet eruit als een hippiereïncarnatie van Jezus. Dat klinkt als een karikatuur, maar Hill weet het personage net aan de juiste kant van die grens te houden. De scène waarin hij vertelt hoe hij zichzelf nuchter houdt, speelt hij precies ingehouden genoeg en is een van de indrukwekkendste in de film.



Zo zijn er meer afzonderlijke scènes en ook beelden (zoals het terugkerende beeld van Callahan die met zijn rolstoel over de trottoirs scheurt) die zeer goed werken, maar op de film als geheel is het soms moeilijk grip krijgen. Gus Van Sant is als filmmaker een kameleon. Hij wisselt vormexperimenten zoals zijn remake van Psycho (1998) of het trage Gerry af met publieksvriendelijke films als Finding Forrester en Good Will Hunting. Zijn nieuwste film zit er ergens tussenin. Van Sant speelt ook hier met vorm, maar overdekt dat met de naturalistische cameravoering van Christopher Blauvelt en een schijnbaar optimistisch verhaal. Schijnbaar, want uiteindelijk toont Van Sant ook dat je je demonen nooit echt overwint.


Toch mist er een dimensie van Callahan. ‘You’re a pain in the ass’, zegt Donnie richting het einde van de film tegen hem, maar ondanks dat zowel Van Sant als Phoenix geen uitzonderlijke moeite doen om Callahan sympathiek te maken, blijft die echt duistere kant onderbelicht. Dat hij die had, blijkt meer uit wat mensen zeggen en uit zijn tekeningen, die hij maakte door met zijn ene hand de andere hand over het papier te leiden en die vol zitten met macabere humor en waarin hij de grenzen van het betamelijke opzocht (en overschreed volgens veel boze brievenschrijvers aan de kranten waar zijn cartoons werden gepubliceerd). Voor een film over iemand die zelf zo tegendraads was en politiek incorrect, kleurt Don’t Worry net wat te netjes binnen de lijntjes.

Blijf in contact!

en abonneer je op onze nieuwsbrief.