Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming worden cookies als persoonsgegevens beschouwd. Op deze website wordt van cookies gebruik gemaakt. Verdere informatie hierover kunt u vinden in ons privacystatement. U wordt hierbij verzocht om kenbaar te maken dat u met het gebruik van cookies instemt.
AKKOORD  Lees meer
compleet & ongebonden sinds 1995
WEEK 33 16-8 t/m 22-8
WEB | mobiel
Janneman Robinson & Poeh - Film van de week
MENU
Home > Filmnieuws > The Maze Runner: in gesprek met de cast
Interview

The Maze Runner: in gesprek met de cast

In gesprek met Thomas Brodie-Sangster en Will Poulter uit The Maze Runner

23-9-2014 Aanstaande donderdag draait The Maze Runner in de bioscoop, een avonturenfilm gebaseerd op de boekenreeks van James Dashner. BiosAgenda sprak in Londen met hoofdrolspelers Thomas Sangster en Will Poulter.

(c) 20th Century Fox, via Warner Bros.

(c) 20th Century Fox, via Warner Bros.

In de film overleeft een groep jongens in het hart van een gigantisch doolhof. Herinneringen aan hun vorige leven hebben ze niet, hoe ze uit het doolhof ontsnappen weten ze evenmin. De constructie verandert elke nacht bovendien en wie ’s avonds niet op tijd terug is uit het doolhof krijgt te maken met enorme wezens genaamd Greavers...

Thomas, wat trok je aan in de rol van Newt?

Thomas: Wat me aan de hele film aantrok was het kameraadschap tussen de jongens, die allemaal voor elkaar opkomen. Ze moeten overleven. The Maze Runner heeft veel speciale effecten en grootse actiescènes, maar het kameraadschap gaf voor mij de doorslag om deze rol te spelen. En Newt is een aardige gozer. Hij is tevreden met het overleven in de vijandige wereld waarin ze wonen, al voelt hij zich wel gevangen. Als de held van het verhaal vervolgens in hun wereld komt, dan wakkert hij bij Newt gevoelens van ontsnappen aan.

Jouw personage is wat minder aardig, of niet Will?

Will: Hij is inderdaad niet de aardigste kerel op de wereld. In het boek is hij echt de schurk. De film is behoorlijk trouw aan het boek, maar mijn versie van Gally is wel wat genuanceerder. Hij regeert de gemeenschap met harde hand. Hij lijkt daarom wat op een dictator, maar we hebben geprobeerd om het voor de bioscoopganger invoelbaar te maken waarom hij doet wat hij doet. Je bent het daarom waarschijnlijk niet met zijn keuzes eens, maar je snapt wel waarom hij ze maakt. Ik vond het heerlijk om hem te spelen. En ik werd er zelf ook wat bazig van. En wat agressiever…

Ben je in het echte leven niet bazig?

Will: Oh, nee, helemaal niet zelfs, ik volg andere mensen. Maar daarom was het des te interessanter om Gally te spelen. Ik werd sneller boos op mezelf, als ik iets verkeerd deed. Als ik een shot miste tijdens basketbal bijvoorbeeld, dan kon ik echt kwaad worden. Maar inmiddels accepteer ik het weer: ik ben lang, maar ik ben slecht in basketbal. Prima.

Thomas, regisseur Wes Ball heeft jullie ter voorbereiding op een survivalkamp gestuurd. Dat verliep niet helemaal volgens plan...

Thomas: Niet helemaal inderdaad. Ik sliep aan de rand van het kamp en werd zeiknat toen een enorme regenbui ons trof. Het was de ergste storm – of de beste, dat hangt er vanaf hoe je er naar kijkt – die ik ooit heb meegemaakt. Het leek wel alsof er twintig fotografen naast onze tenten stonden, die constant foto’s maakten. De bliksem verlichte de hele tent.

Dus jullie survivalskills zijn top notch nu.

[Het is een poosje stil] Thomas: Uh… nee, survival is niets voor mij… Ik heb een foto van ons genomen na die storm, zeiknat, terwijl we de tenten weer in hun zakken probeerden te doen. Iedereen ziet er belabberd uit, je ziet haast denkwolkjes boven onze hoofden met daarin de tekst: ‘Hotel, hotel, hotel!’ Geef mij maar een beetje luxe. We hebben wel met mariniers getraind. Eén van hen zat vijftien jaar bij de marine, the real deal. De andere was een drilsergeant, die kon zo uit Full Metal Jacket komen. Als hij zijn legerhoed opzette en in zijn rol kroop was hij angstaanjagend. Ze lieten ons zelfverdediging doen, push ups, leerden ons vechttechnieken, hoe je een machete hanteert, hoe je een bloeden moet stelpen, zulk soort dingen. Maar ze maakten ons het niet heel zwaar hoor. Ze wisten ook wel dat wij gewoon een stel acteurs waren dat niets kon.

Will, wat zou je zijn als je in het hart van het doolhof moest wonen? Een runner, die het doolhof elke dag verkent, of een builder?

Will: Ik zou eerder een kok zijn. Ik ben dol op koken. Sterker nog: als ik geen acteur mocht zijn, dan zou ik kok worden. En een runner? Daar ben ik niet fit genoeg voor, helaas.

Wat zou je dan het meest missen van thuis?

Will: Mijn honden, mijn moeder. Ik ben drie maanden naar een kostschool geweest en dat kon ik niet aan omdat ik mijn moeder mistte. En ik zou het missen om Arsenal te kijken.

Wat zou jij zijn als je in het doolhof woonde, Thomas?

Thomas: Een builder. Als kind speelde ik al veel met LEGO. Later sleutelde ik vooral aan klassieke Citroëns en op dit moment restaureer ik een Yamaha uit 1978. Mijn opa is een timmerman, dus met hout kan ik ook redelijk overweg. Ik kan mijn steentje wel bijdragen aan de gemeenschap in het doolhof.

Heb je een favoriete scène uit de film?

Will: Het slot waarschijnlijk, dat was een zware en emotionele scène. En de worstelscène, dat was een veel te hete, zware filmavond. Dylan was goed in vorm en hij hield zich niet in, hij was haast een stuntman. Er was overigens ook een scène waarin we het met elkaar aan de stok krijgen. We staan dan dicht tegenover elkaar, heel intens. En raar, want "Dylan O’Brian" en ik waren enorm close met elkaar; we waren goede vrienden geworden. Maar tijdens die scène was de spanning echt om te snijden, ik dacht dat we echt gingen vechten. Als acteur leef je voor zulke momenten.

Jullie zijn behoorlijk aan het doorbreken als acteurs. Ondervinden jullie daar nadelen van?

Thomas: Op dit moment vind ik het nog best fijn. Er komen wel mensen op me af die me herkennen, en dat is ik prima, want het is leuk om waardering te krijgen voor het werk dat je doet. Maar het kan ook vervelend zijn, als je met je vrienden over straat loopt. Mensen projecteren een persoon op je van wie zij zelf denken dat je bent. Dat is soms wel vreemd. Dat gebeurde vooral toen Love Actually uitkwam. Dat is overigens nog steeds de film waardoor ik het meest herkend wordt. Maar goed, het loopt niet uit de hand, mijn leven is nog bijna hetzelfde als dat voordat ik acteerde. Misschien komt de drukte nog, want ik wil dit werk graag blijven doen. Het hoort erbij, je moet het accepteren. Zo lang je zelf maar normaal blijft, tegen je vrienden en je familie, zal het allemaal wel los lopen.

Will: Het is inderdaad vervelend dat mensen denken dat je iemand anders bent dan je daadwerkelijk bent. Dat je geen normaal mens bent. Soms sta je simpelweg in de kroeg, en dat vinden mensen al raar, omdat ik een acteur ben. Maar ik woon gewoon bij mijn ouders in West Londen, ben gewoon naar school geweest: niets bijzonders. Het is een klein offer dat ik breng voor het werk waarvan ik houd.

Ben je zelf nog wel eens star struck?

Will: Ik zou liegen als ik zei dat het niet zo was. Ik heb Tom Cruise ontmoet op The Empire Awards, dat was een bizarre ervaring. Hij vond dat ik een indrukwekkend Brits accent had. Hij maakte een grapje, en de druk om iets grappigs terug te zeggen is dan ineens énorm… Uiteindelijk heb ik iets teruggebrabbeld. En hij wordt de hele avond aangesproken, maar hij blijft enorm professioneel. Hij ging op de foto met iedereen die het aan hem vroeg. Fantastische kerel.

Hielp het een beetje om op locatie te filmen, in plaats van tegen een green screen?

Thomas: Uiteraard. En ook weer niet: het kon er ruig aan toe gaan. Maar goed, zo gaat het er ook aan toe in het doolhof. Er kropen vijf verschillende soorten gifslangen door het gebied waar we filmden. Er waren twee soorten giftige spinnen: zwarte weduwes en vioolspinnen. En dan ook nog enorme spinnen die niet gevaarlijk zijn, maar er wel zo uitzien. Ik heb genoeg van die beesten gezien. Toen ik met Dylan achter een boomstam zat, kwamen er twee medewerkers aan die een vioolspin onder die boomstam vonden. Voor de slangen hadden we iemand op de set die ze voor ons ving. Aan het begin van de draaiperiode ving hij er zo’n vijftien per dag, later nog steeds een slang of vijf. Niet altijd per se giftig, maar toch. De omstandigheden zorgden er wel voor dat ik mijn kostuum anders ging dragen. De band om mijn pols is bijvoorbeeld echt een zweetband. En we zien er ook allemaal vies uit, onze make up ziet er vies uit. Er is weinig nep in de film: ook het zweet niet.

Er was maar één meisje op de set, hoe was dat?

Will: Arme Kaya Scodelario, ze zat met ons opgescheept. Er waren inderdaad iets van veertig, zwetende jongens op de set, en één meisje. Ze ging er zo goed mee om. Ze was één van ons. Ze voetbalde net zo goed met ons mee, en waarschijnlijk kan ze harder vloeken dan ons. Indrukwekkend.

The Maze Runner draait vanaf 25 september in de bioscoop

Blijf in contact!

en abonneer je op onze nieuwsbrief.